De intermediairorganisaties hebben opnieuw bot gevangen bij minister Dijsselbloem van Financiën, die nog steeds niet bereid is water bij de wijn doen als het gaat om het PE-examen. In een Kamerbrief toont Dijsselbloem begrip, maar gaat vervolgens onverminderd door op de ingeslagen weg.

27 januari 2015

Dijsselbloem: “In deze brief ga ik in op de zorgen en suggesties die de brancheorganisaties voor financiële dienstverleners in voorgenoemde brief hebben verwoord. Voordat ik in ga op de specifieke zorgen en suggesties, wil ik echter benadrukken dat ik de zorgen in de markt ken en kan begrijpen. Het gaat om het mogen uitoefenen van het eigen beroep en mogelijk het voortbestaan van de eigen onderneming. Dit is de reden dat doorlopend wordt gekeken of de zorgen en praktische obstakels kunnen worden weggenomen, zonder hierbij afbreuk te doen aan de uitgangspunten van het bouwwerk. Naar mijn beste inzicht is de kwaliteit van de examens en aanverwante dienstverlening adequaat.

Vanuit het CDFD wordt doorlopend gemonitord of de examens van voldoende kwaliteit zijn. Het is aan de adviseur om zich tijdig voor te bereiden door examens en eventuele opleidingen tijdig in te plannen. De opleidingsinstituten hebben een belangrijke rol om hun opleidingen af te stemmen op de nieuwe manier van examineren en op de nieuwe vaardigheden en professionele houding componenten. (…) Ik roep alle adviseurs en aspirant adviseurs op om dit jaar tijdig te voldoen aan hun diplomaplicht. De vakbekwaamheid van financieel adviseurs wordt hiermee geborgd en dit zal de kwaliteit van financieel advies aan de consument uiteindelijk ten goede komen.”

Dijsselbloem bespreekt vervolgens door de intermediairorganisaties aangedragen pijnpunten en suggesties, maar doet er niet werkelijk iets mee.

De minister is duidelijk niet van plan terug te komen op het PE-examen als zodanig. Hij staat ook duidelijk achter de opzet van de examinering, vormgegeven door het CDFD.

De minister maakt verder duidelijk dat hij niet overweegt om de overgangstermijn te verlengen: “Veel adviseurs hebben zich inmiddels de nieuwe vakbekwaamheidseisen eigen gemaakt.

In 2015 zullen ook de overige adviseurs hun (her)examens af moeten gaan leggen, hetgeen impliceert dat gemiddeld circa 15.000 examens per maand afgelegd gaan worden. Ter vergelijking: in de maand december 2014 zijn in totaal 13.934 examens afgelegd. Het is dus van groot belang dat adviseurs dit niet uitstellen. Anders nemen zij het risico dat zij deze in het najaar niet meer tijdig kunnen plannen. De capaciteit van de examenafnamelocaties van de exameninstituten kent immers grenzen.

De brancheorganisaties pleiten, mede gelet op dit risico, voor verlenging van de overgangstermijn met één jaar. Ik acht een dergelijke maatregel niet aan de orde omdat ik erop vertrouw dat alle betrokkenen (kandidaten, opleiders, exameninstituten, verhuurders van examenafnamelocaties, banken, verzekeraars en financiële dienstverleners zich tot het uiterste zullen inspannen om examinering op grote schaal binnen de overgangstermijn mogelijk te maken.”
Bron: VVPonline